Hoe schrijf je een autobiografisch verhaal?

Veel schrijvers baseren hun eerste boek op hun eigen leven, op iets wat ze hebben meegemaakt en willen delen. Om welke reden dan ook. Als je er geen feitelijke autobiografie van wil maken, dan moet je in een autobiografisch verhaal zorgen voor een rode draad en een geloofwaardige hoofdpersoon. Hoe je dat doet? We geven tips en voorbeelden.

autobiografisch schrijven

Bepaal wat je wil vertellen: zoek de rode draad

Bedenk wat precies de boodschap is van jouw verhaal, of van de gebeurtenissen die je zijn overkomen. Wat wil je dat de lezer meekrijgt, wat is de rode draad? Want alleen het feit dat iets gebeurd is, maakt het nog niet interessant voor anderen, of geloofwaardig. Misschien wil je alles van A tot Z vertellen, met alle details. Maar zijn alle details wel relevant, moet je ze echt allemaal delen? Juist bij een autobiografisch verhaal is het belangrijk om de rode draad te bepalen. Schrijf die dus op. Bij een autobiografisch verhaalt geldt daarbij nog meer dan bij een volledig verzonnen verhaal ‘Kill your darlings’.

Een voorbeeld om dit duidelijk te maken. Je schrijft over jouw verhaal waarin je gekozen hebt voor die leuke man of vrouw en het kopen van een bouwval van een huis die jullie samen zouden opknappen op het platteland. Voor jullie deze bouwval kochten, hebben jullie wel twintig andere huizen gezien. Van strak afgewerkt tot ‘er moet nog wat aan gebeuren’ en iedere keer dat jullie een bod deden, liep het op niets uit. Na verloop van tijd zijn jullie zo wanhopig geworden, dat het die bouwval werd. Al die huizen hebben op jou indruk gemaakt. Maar als je ze alle twintig gaat beschrijven, haakt je lezer af. Bepaal dus welke huizen je wel moet beschrijven, om de keuze voor de bouwval voor de lezer logisch te maken.

Herbeleven en aanpassen, maar: zorg dat het geloofwaardig blijft

Bij het schrijven van een autobiografisch verhaal, kun je er voor kiezen om je bij de feiten te houden. Maar het staat je natuurlijk helemaal vrij om alles aan te passen zoals jij dat wil. Maak er een roman van, laat zaken weg, verander de tijdlijn. Als je tijdens het herbeleven denkt ‘dit past niet bij mijn personages’ of ‘ik weet niet meer precies wat de volgorde was van de gebeurtenissen’: pas het aan. Maar zorg wel dat het logisch blijft en vooral dat het gevoel van je hoofdpersoon blijft kloppen. Je lezer moet de keuzes en gebeurtenissen kunnen begrijpen.

Terug naar het voorbeeld van de bouwval. De relatie is inmiddels voorbij, de bouwval is onverkoopbaar gebleken en jouw naam staat op de hypotheekakte. Je hebt hier veel verdriet over. Als je dit gaat herbeleven en opschrijven, kan het zijn dat je de hoofdpersoon minder enthousiast maakt over de keuze, meer voorzichtig. Of dat je waarschuwingen opneemt, ‘de donkere wolken pakten zich al samen’. Dat zijn dingen die je hoofdpersoon nog niet kon weten en daarmee is het voor de lezer niet geloofwaardig dat je personage die keuze maakt. Je kijkt terug op iets wat je al hebt beleefd, gebruik daarbij dus niet de gevoelens die je nu hebt als je terugkijkt. Je kunt de gebeurtenissen aanpassen – maar blijf wel bij het authentieke gevoel.

De schaamte voorbij

Als je terugkijkt op wat er is gebeurd, kunnen er momenten zijn waar je je voor schaamt. Maar als je de lezer wil overtuigen, dan zul je daar doorheen moeten en ze eerlijk moeten opschrijven. Wat voelde je? Waarom deed je wat je deed? Doe je dat niet, dan is je hoofdpersoon niet overtuigend en gaat de lezer niet meeleven met hem of haar.

In het voorbeeld van het autobiografische verhaal over de mislukte relatie en het bijbehorende verbouwingsproject: achteraf had de hoofdpersoon vast liever niet alleen zijn of haar handtekening op de hypotheekakte gehad. Of zelfs maar de keuze gemaakt om die bouwval te kopen. Maar de partner was ziek, had een heleboel schulden, of geen vaste baan. En de liefde was zo diep.

Je schrijft niet alleen over jezelf

Tenzij je een monoloog schrijft, zullen in jouw autobiografische verhaal meer personen voorkomen. Of je ze alleen baseert op mensen die je kent, of dat je die mensen echt laat voorkomen met hun eigen naam: vraag toestemming. Bedenk wat je er zelf van zou vinden als je een boek leest en je komt een personage tegen waarvan je denkt ‘ben ik dit nu?’ Iemand kan het een eer vinden, maar iemand kan hier ook helemaal niet op zitten te wachten.

In het voorbeeld van het verhaal over de relatie die stukloopt: je kunt je voorstellen dat de ex-partner niet per se zit te wachten op een verhaal over wat er allemaal mis is gegaan. Misschien vind je dat niet erg, de relatie is immers voorbij. Maar zoek goed uit wat er dan wel en niet mag. Op een rechtszaak over smaad zit niemand te wachten.

Wees voorbereid op de vraag ‘is dat nou echt gebeurd?’

Of je verhaal nu 100% autobiografisch is of 20%, je gaat de vraag krijgen wat er nu echt is gebeurd en wat fictie is. Of je die vraag wil beantwoorden is natuurlijk aan jou. Lezers doen bepaalde aannames op basis van wat je schrijft. Over jou en je karakter, maar ook over op wie bepaalde personages dan gebaseerd zijn en of ze überhaupt bestonden. Onthoud dat, als je verhaal eenmaal gepubliceerd is, het niet meer van jou is. Lezers gaan het interpreteren en zullen er een mening over hebben. Is die lezer een recensent, dan zal hij of zij die mening ook verder delen.

Op zoek naar meer tips? Lees het blog over autobiografisch schrijven op Schrijvenonline.nl. Wil je jouw verhaal sterker maken? Lees dan ook onze blogs over de premisse en het bedenken van personages.

Over de auteur

Schrijven zit in mijn DNA, net als lezen. Ik ben de oprichter van Queesten Boekproducties, schrijf zelf veel blogs en ben bezig aan mijn tweede roman. Daarnaast werk ik als onderwijskundige bij een ROC.