5 tips voor een goede dialoog in je verhaal

Ken je die dialogen die maar voortduren en waar geen eind aan lijkt te komen? Van die dialogen waarvan je denkt: waar gaat dit naartoe (en niet op de goede manier)? Dat soort dialogen kun je dus beter weglaten. Met deze tips schrijf jij een dialoog die het gesprek van het boek wordt.

Dialogen - Martha Pelkman

Tip 1: Begin de dialoog pas als het interessant wordt

‘Hoi,’ zei Diana. ‘Hey,’ zei Dennis.
‘Wat doe je?’
‘Niets.’
‘O. Ga je mee naar de stad?’
‘Oké.’

Saai is dit om te lezen. En ik viel in slaap bij het schrijven… Dat wil je jouw lezer niet aandoen toch? Het is leuker om de dialoog te beginnen met iets dat je lezer ook verder wil lezen. Bijvoorbeeld:

‘Fuck you!’ riep Diana woedend. ‘Nu zitten we hier in de stad en er is geen ruk te doen! Waarom heb je me hiernaartoe meegenomen? Dat had je toch kunnen weten midden in die vervloekte lockdown?’
‘Waarom doe je nou zo boos?’ Dennis snapt er niets van.
‘Ik moet plassen en er is nergens iets waar we even koffie kunnen drinken en van de wc gebruik kunnen maken.’
Dennis begint te lachen. Hij zet een stap richting Diana. ‘Wat doe je?’ Diana’s ogen fonkelen. Hij legt een arm om haar schouder en zijn andere arm vouwt hij onder haar knieholtes. Hij tilt haar van de grond en draagt haar naar de dichtstbijzijnde Dixie.

Dit lijkt me toch een stuk spannender om te lezen. Je valt midden in de dialoog. Het eerste deel is weggelaten, omdat het verder niets toevoegt.

Tip 2: Vertraag en versnel

Je kunt een dialoog vertragen en versnellen. Door te vertragen, creëer je pauzes in je verhaal en maak je het spannender. Alles wat je toevoegt wat niet met spraak te maken heeft, maakt de dialoog langzamer. Bijvoorbeeld:

‘Ik weet het,’ zei ze, ‘maar het kan me niet schelen.’
‘Ik weet het,’ zei ze, terwijl ze de fles wijn pakte, de kurk verwijderde en zichzelf een glas rode wijn inschonk, ‘maar het kan me niet schelen.’

De tweede zin creëert een langere pauze dan de eerste zin. In de tweede zin geef je meer achtergrondinformatie over het personage. Je kunt er ook voor kiezen om een korte beschrijving te geven van een gezichtsuitdrukking of een gedachte van je personage.

Een dialoog versnellen doe je door het tegenoverstelde te doen.

‘Ik weet het, maar het kan me niet schelen.’ Hier laat je zei ze weg. Ook de andere elementen die niet met spraak te maken hebben, laat je weg om versnelling toe te passen. Schrijf ook korte zinnen of korte regels waarbij degene die aan het woord is steeds wisselt (zoals bij tip 1).

Tip 3: De ‘echte’ dialoog en de samenvatting

Wanneer gebruik je de ‘echte’ dialoog en wanneer de samenvatting? Eerst maar even het verschil. Een echte dialoog is een dialoog zoals je die bij tip 1 zag staan. Je ziet letterlijk wat er gezegd wordt en ook hoe het gezegd wordt.

‘Wat is er?’ vroeg Diana.
‘Nie-hiets,’ zei Dennis.

Uit dat ‘nie-hiets’ blijkt dat Dennis geïrriteerd is. Waarschijnlijk vindt Dennis het vervelend dat Diana het vraagt, of er is wel iets, maar wil hij dat niet delen met Diana. Zo kom je dus veel te weten over Dennis en zijn relatie met Diana.

Een samenvatting schrijf je, als het gesprek saai is om te lezen of als de dialoog te lang duurt. Een voorbeeld. Je hebt een oom die lang van stof is en tijdens etentjes met de familie graag lang en vooral langdradig uitweidt over zijn fantastische baan als ambtenaar bij het gemeentehuis van een of andere kleinere gemeente. Je kunt dan een klein stukje van de dialoog (eigenlijk monoloog in dit geval) laten zien en daarna een samenvatting geven.

‘En toen moest ik van mijn manager, die mij toch wel hoog heeft zitten, een beleidsnotitie schrijven voor de burgemeester…’ Oom Theo begon een gesprek met zichzelf en iedereen die de fout maakte om hem aandacht te geven over zijn zeer belangrijke positie in een of ander onbeduidend dorp als tikgeit van de gemeente.

Tip 4: Creëer stilte op papier

Hoe zorg je voor stilte op papier in een dialoog? Lijkt lastig, maar dat is echt niet moeilijk. Eerst maar even een misverstand uit de weg ruimen: stilte op papier is geen leegte op papier. Als je personages niet meer praten, draait de wereld gewoon door: het verkeer raast verder, de honden blijven blaffen en de vogels blijven tsjilpen. En natuurlijk zijn er ook dingen als gedachten, gevoelens en lichaamstaal.

Om dit goed op papier te krijgen, kun je eens bij jezelf te rade gaan: wat gebeurt er als je stil bent tijdens een gesprek? Wat ervaar je? Wat voel je, denk je, zie je? Hoe is je gesprekspartner tijdens een stilte? Wat merk je aan hem of haar op? Dat kun je allemaal meenemen in je verhaal. Gebruik een stilte ook om achtergrondinformatie te geven over je personage of over de omgeving waarin het gesprek plaatsvindt. Dit zijn vertragende technieken, dus gebruik deze ook alleen als je het tempo uit je verhaal wil halen.

Tip 5: Accenten, dialecten en grammaticale fouten

Wees hier zuinig mee. Door het gebruik van een accent of een dialect laat je zien dat een personage uit een andere regio komt, maar dat hoef je niet bij iedere zin die dat personage uitspreekt, te laten zien. Wees hierbij ook voorzichtig met stereotypen: mensen kunnen daardoor je verhaal wegleggen en nooit meer iets van je willen lezen. Een kort voorbeeld van een stereotype blondje. Ik mag dat, omdat ik zelf blond ben ;-).

‘Nou, dat hattik ech nie gedach hoor, weet je. Ik voel wel wat, weet je wel, maar nee, dattut zo zou zain, hattik nie kenne vermoede, weet je.’

Je snapt dat dit als lezer behoorlijk vermoeiend kan zijn als je dit iedere keer moet lezen. Als je dit in het begin van je verhaal een keer laat zien, dan is dat meer dan voldoende. Overigens geldt dat natuurlijk ook voor de studentikoze corpsbal die met een hete aardappel in zijn keel spreekt: ‘Zeg kerol, alles kits achter de rits, gozur?’

Wil je meer weten over het schrijven van dialogen? Kijk dan eens op www.zelfeenboekschrijven.nl. Daar vind je onder andere de verschillende cursussen die je bij Martha kunt volgen. 

Over de auteur

Dialogen - Martha Pelkman
Martha Pelkman

Martha Pelkmans liefde voor verhalen en fantaseren leidde tot haar passie voor het schrijven van verhalen. Ze geeft onder andere 1 op 1 trainingen, online cursussen en webinars en je kunt haar kennen van haar podcast: Literair café met DrsPee.