Ervaringen van een schrijver: Désirée van Osch

Bij Queesten delen we graag ervaringen van schrijvers. Om je meer te leren over schrijfprocessen en het schrijversleven, en vooral om je te inspireren. Deze week vertelt auteur Désirée van Osch haar verhaal, over schrijver zijn en schrijver blijven.

Schrijver zijn - Désirée van Osch

Schrijver zijn

Eind 2018 besloot ik mij voortaan schrijver te noemen. Schrijven doe ik al mijn hele leven, maar functiebenamingen als communicatiedeskundige en docent gaven jarenlang, zeg gerust decennia, beter aan wat de hoofdmoot van mijn activiteiten was. Pas toen ik die uit verveling of moeheid terugschroefde, kwam er ruimte om mij dan echt te gaan etaleren als schrijver. Ik koos bewust voor het woord schrijver. Hoewel ik was begonnen met schrijfster. Maar ach, in deze gender neutrale maatschappij hoef ik toch niet aan te tonen dat ik een vrouw ben?

Wel waren er mensen die mij vroegen waarom ik mijzelf niet auteur noem. Dat doe ik namelijk wel bij de boeken op mijn cv die ik door die decennia heen heb geschreven. Dat zijn non-fictie boeken en ja, die gaan over communicatie en zijn bestemd voor het onderwijs. Ze zijn uitgegeven door grote uitgevers in het onderwijs. Met schrijver wilde ik uitdrukken dat ik écht ging schrijven, namelijk fictie. Ik weet niet of er echt een verschil is tussen het schrijven van fictie en non-fictie, maar zo voelde ik dat eind 2018 wel.

‘Ik ben schrijver’

Tot op de dag van vandaag voelt het goed om te zeggen dat ik schrijver ben. Kennelijk past het bij het idee wie ik op dit moment in mijn leven denk te zijn. Met terugwerkende kracht denk ik aan al die schrijvers die dat gevoel al veel eerder hebben in hun leven: ‘Ik ben schrijver’. Wat een duidelijkheid, wat fijn voor ze en wat dapper. Zoals Nederlands nieuwste schrijftalent Marieke Lucas Rijneveld (29), die nu al zo aanwezig is in de wereldliteratuur.

Maar wanneer ben je dan echt schrijver? Iedereen mag zichzelf tenslotte schrijver noemen, het is een onbeschermd beroep. Die vraag moest ik zien te beantwoorden. Ben je dat als je verhaaltjes in je hoofd hebt? Ben je dat als je die verhaaltjes opschrijft? Of ben je een schrijver als je gepubliceerd wordt? Of pas als je gelezen wordt?

Verhalen in mijn hoofd

Nou, met die verhaaltjes in mijn hoofd zit het wel goed. Ik vertelde mezelf als kind al eigen verhaaltjes over mijn held te paard: Arendsoog. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het me meer om het paard ging dan om de stoere held. Sommige mensen denken in beelden, ik denk in verhalen. Misschien is dat wel hetzelfde. Dan zit ik op de fiets en houden er in mijn hoofd twee mensen een hele dialoog met elkaar. Er zitten zeker drie filmscripts in mijn hoofd, een boel korte verhalen en één roman. Ik weet niet wat een ‘schrijversbrein’ is of dat dit zelfs maar bestaat, maar op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik een grote fantasie heb. Dus verhalen vergezellen me al mijn hele leven, maar sinds ik dat aan mezelf duidelijk heb gemaakt, zeg ik met meer stelligheid dat ik schrijver ben.

Verhalen opschrijven

Moet je daarvoor die verhalen niet opschrijven? Ja, dat lijkt me wel. Alleen: ik deed het niet. John Lennon zei het niet voor niets: ‘Life is what happens to you, when you are busy making plans’. Mijn leven was zoals ik wilde dat het was, ik had er echt niets op aan te merken. Stephen King leefde in grote armoede voordat hij zijn eerste echte successen behaalde. (Overigens schreef hij zijn verhalen al wel van jongs af aan op) De schrijver van het succesvolle boek ‘De As Van Mijn Moeder’ was echter eerst tientallen jaren leraar voordat hij zich aan het schrijverschap waagde. En je weet wel, die schrijver van Harry Potter, begon ermee omdat ze helemaal berooid was en warm in een pub wilde zitten (zo heb ik dat begrepen).

Schrijver in vuur en vlam

Schrijven moet kennelijk passen in je leven maar misschien moet het ook wel een beetje wringen. Bij de eerste coronagolf overkwam me iets bijzonders. Ik begon als een gek te schrijven, want ik zou deze crisis goed doorkomen nam ik me voor. Ik schreef geen fictie, dat dan weer niet, maar wel non-fictie. Met andere auteurs had ik dus eerder in mijn leven zakelijk al studieboeken geschreven. Een uitgever zat iedereen dan achter de broek aan en ja, hehe, dan was er eindelijk een boek. Er zijn trouwens ook heel wat boeken gesneuveld doordat er uiteindelijk toch niet werd geschreven. Maar nu onder de hoogst bijzondere omstandigheden van een lockdown raakte ik in vuur en vlam voor een boek dat ik helemaal in mijn eentje schreef. Het is geen groot, dik boek geworden, maar het verscheen wel op 1 augustus 2020, dus binnen enkele maanden.

Het heilige vuur verliet me pas toen het boek al te ver gevorderd was om het niet af te maken. Schrijven is ook, zoals Kees van Kooten zegt: ‘Blijven zitten totdat het er staat’. Het leuke van dit boek, zeg ik bescheiden, is dat het leest als een verhaal. Had ik in het begin nog overal afbeeldingen bij bedacht, ik ging ze steeds meer weglaten en beschreef wat de lezer zou moeten zien. De power en motivatie om dit boek te schrijven, waren heerlijk. Het heeft me laten ontdekken hoe leuk schrijven is.

Gevierd schrijver zijn

Het uitgeven was voor dit boek geen drempel. Ik heb het geluk dat een kleine, onafhankelijke uitgever mijn werk uitgeeft. Dat betekent trouwens dat ik zelf ook heb geïnvesteerd in het boek. Maar hoe leuk is dat? Ik vind dat een avontuur en ben heel benieuwd hoe dat gaat lopen. Het houdt wel in dat ik mijn eigen publiciteit en promotie moet verzorgen. Je begrijpt: deze blog is daar een onderdeel van. Wat ik wil zeggen: natuurlijk zou het geweldig zijn een boek te schrijven waarmee je leven verandert, je een gevierd schrijver wordt, je de wereld over reist en iedereen elk detail van je leven kent (lees maar eens op Wikipedia over de schrijver van die as). O nee, zo geweldig is dat niet.

Gelezen schrijver zijn

Schrijven en publiceren zijn één ding, maar dan is er nog: gelezen worden. In de openbaarheid treden. En voor het zover is, misschien wel, nou zeg maar op zeker, leuren met je fictieboek waar je zoveel bloed, zweet en tranen in hebt zitten. Zover ben ik nog helemaal niet. Ik zet kleine stapjes op die weg en voel me daar best goed bij. Mijn start als schrijver heb ik begin dit jaar bestempeld met de uitgave van een kleine gedichtenbundel, verkocht alleen onder vrienden en familie. Ik ben inmiddels trots op mijn non-fictieboek. Ook ben ik bezig met fictie. Dus: ik ben gelezen. Ik deel dat tot slot van deze blog.

Schrijver blijven

Ik heb met een kort verhaal dat jaren in mijn hersenpan zwierf, maar toen toch eindelijk op papier terechtkwam, meegedaan aan de Harland Awards 2020 schrijfwedstrijd voor het ‘fantastische genre’. Van de 178 inzendingen werd ik 79ste met mijn verhaal ‘Klimaatverandering’. Na enige reflectie, want nee ik werd dus niet de schrijfsensatie van 2020 (dat was overigens Marieke Lucas Rijneveld al), was ik daar prima tevreden over. Zeker toen ik de jurycommentaren las. Van een hele kritische ‘een onwaarschijnlijk verhaaltje’, naar een hele positieve ‘goed geschreven verhaal, goed ritme, verhaallijn, spanningsopbouw – plezier om te lezen’ en alles daar tussenin. Dat geeft me precies de juiste hoeveelheid zelfvertrouwen en moed om verder te gaan. Want schrijver ben ik en schrijver blijf ik. (Is de bedoeling.)

Kijk voor meer informatie over Désirée van Osch op www.desireevanosch.nl en download ook haar korte verhaal, Klimaatverandering.

Over de auteur

Schrijver zijn - Désirée van Osch
Désirée van Osch

Désirée van Osch is schrijver van fictie en non-fictie. Ze bracht onder andere een gedichtenbundel uit en in 2020 verscheen het eerste boek dat ze alleen schreef. Meer over Désirée lees je op www.desireevanosch.nl.